Over seks in tijden van afzondering (en in andere tijden)

“Hoe is het eigenlijk met uw seksleven?” is een vraag die je waarschijnlijk nog nooit hebt moeten beantwoorden, laat staan hebt durven stellen. Tenzij er seksuologe of relatietherapeute op je visitekaartje staat gedrukt.

Toch zijn er veel redenen om ze regelmatig te stellen. In de eerste plaats aan jezelf. En aan je eigen partner.

Het totaal onsexy antwoord op de vraag hoe je je seksleven kan verbeteren, is namelijk: praat erover. Zo simpel. En toch zo moeilijk.

Als koppels bij mij op de sofa belanden omdat er een groot verschil is in de hoeveelheid zin ze hebben in seks, verwachten ze dat er een oplossing komt waardoor ze (of hun partners) “terug zin hebben in seks”. Klaar. Helaas bestaat zo’n oplossing helemaal niet. Of beter: die oplossing bestaat wél, maar die is niet sexy. Die bestaat erin uit te zoeken waar je warm van wordt. En daar wringt vaak het schoentje.

Misschien moeten we beginnen met onderscheid te maken tussen verlangen en geilheid (of lust). Verlangen is niet hetzelfde als geilheid. Geilheid is een fysieke reactie, een vlam in de pan, die te maken heeft met hormonen, met stress, met opwinding. We hebben weinig rechtstreekse impact op onze geilheid. Sommigen worden geil van stress, voor anderen is het de grootste libido-killer die er bestaat. Stress en angst kunnen geilheid dempen én uitvergroten, beide reacties zijn mogelijk. Geilheid is hoe dan ook totaal onberekenbaar. We kunnen er niet “aan werken” of ons best voor doen.

Op de sofa (thuis of bij de therapeute) heeft het dus geen zin om te hopen op de geilheid die onverwachts terug zal opduiken. Dat is als wachten op Godot. (Spoiler: ze komt niet).

Wat kunnen we dan wel doen? Nadenken en praten over verlangen. We kunnen namelijk wél de (voor ons, want dat is erg uniek en persoonlijk) ideale omstandigheden proberen te creëren waarin onze opwinding en zin het meest kunnen floreren. Verlangen is iets wat we kunnen cultiveren. Voor onszelf en voor elkaar. Geilheid is een onderdeel van verlangen, maar verlangen is veel meer dan dat. Verlangen heeft niets te maken met hormonen. Verlangen heeft te maken met je springlevend voelen, met voelen dat je ertoe doet. Voor je partner. Het heeft te maken met je verbonden voelen, met respect. Met nieuwsgierigheid en met willen. Met toewijding. Niet met geilheid. Verlangen heeft te maken met luisteren. Met je kwetsbaar durven opstellen. Met het risico nemen om je naakt te tonen, en gezien te worden. Het is durven te willen, durven te vragen wat je wil. Het luidop zeggen. Geven. Ontvangen. Elkaar eren. Er zijn.

Het is dus geen probleem dat opgelost moet worden. Eerder een zoektocht die moet worden aangevat. Een zoektocht naar ons verlangen. De tocht én de bestemming zijn belangrijk. Verlangen kan je cultiveren. Geilheid is onberekenbaar. Vaak vertellen mensen mij: “ik hou wel van vrijen als ik er mee bezig ben, ik geraak gewoon nooit in the mood voor seks”. Leren wat je nodig hebt om in the mood te geraken is dus wat we moeten doen, is waar de hele zoektocht om draait. Garanties dat de geilheid zal volgen hebben we hoe dan ook niet. Wel kunnen we op zoek gaan naar wat ons lichaam nodig heeft om zich gekoesterd en geliefd te voelen. Of om zich verkwikt en versterkt te voelen. Of naar wat onze ziel nodig heeft om zich verbonden te voelen. Of naar hoe we erin kunnen slagen om onze geest het zwijgen op te leggen, onze geest, die ons de hele tijd probeert af te leiden van het hier-en-nu in het moment zijn, van plezier beleven, van genot.

De ideale omstandigheden creëren om ons verlangen te laten openbloeien, is een veel betere manier om terug (meer) te vrijen dan wachten tot de geilheid zomaar zal komen. Wij zijn niet overgeleverd aan ons verlangen. Nee, het is eerder omgekeerd: ons verlangen is overgeleverd aan ons. “Goede minnaars worden gemaakt, niet geboren”, om met de wijze woorden van Peggy Kleinplatz af te sluiten.